Geschiedenis

Download de IGO-wet

1991
Opwaardering van de gerechtelijke stage en oprichting van het Wervingscollege der Magistraten. Het college, onderdeel van de Federale Overheidsdienst Justitie, verleent advies over de opleiding van de magistraten en gerechtelijke stagiairs.

1993
Het Wervingscollege pleit voor de oprichting van een opleidingsinstituut voor magistraten. Dit instituut komt er voorlopig niet.

1998
Voorstel tot de oprichting van een ‘Magistratenschool’ en stichting van een werkgroep ‘Magistratenschool’ door de Vlaamse Interuniversitaire Raad.

2000
Oprichting van de Hoge Raad voor de Justitie (HRJ). De HRJ is niet gewonnen voor het idee van een Magistratenschool en pleit voor de oprichting van een instituut voor de opleiding van magistraten.

2006
Laurette Onkelinx, toenmalig minister van Justitie, dient in de Senaat een wetsontwerp in voor de oprichting van een ‘Instituut voor de Rechterlijke Orde’. Dit ontwerp regelt niet enkel de opleiding voor magistraten en stagiairs, maar ook die voor het gerechtelijk personeel.

2007
Andere lidstaten van de Europese Unie (EU)beschikken reeds vele jaren over specifieke organen voor de beroepsopleiding van magistraten en gerechtspersoneel, en nu wordt ook in België het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO) opgericht. Dat gebeurt via de wet van 31 januari 2007 inzake de gerechtelijke opleiding en de oprichting van het IGO. 

In deze wet kiest de wetgever niet voor de opleiding vóór het examen en voor de benoeming tot gerechtelijke stagiair of magistraat zoals bij een Magistratenschool, maar voor een opleidingsinstituut. Een opleidingsinstituut verstrekt immers uitsluitend opleidingen aan reeds benoemd of aangesteld personeel.

Het IGO is opgericht onder de vorm van een ‘parastatale sui generis’. Net als enkele andere publieke instellingen ondergebracht bij de categorie ‘niet geklasseerd in de wet van 16 maart 1954’. Het statuut van het IGO moet de onafhankelijkheid van de magistratuur waarborgen.

2008
De wet van 31 januari 2007 treedt in werking op 2 februari 2008, maar verschillende wetswijzigingen, voornamelijk deze van 2008, stellen de operationalisering van het IGO uit.

2009
Op 1 januari 2009 gaat het IGO effectief van start met de organisatie van een brede waaier aan opleidingen voor ruim 16.000 justitiemedewerkers. De eerste opleidingen vinden plaats in september 2009.

2014
De wet van 25 april 2014 houdende diverse bepalingen, die op 14 mei 2014 gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad en op 25 mei 2014 van kracht is gegaan, wijzigt de wet van 31 januari 2007. Door de wet van 25 april 2014 worden de commissies voor de evaluatie van de gerechtelijke stage (ECE) een onafhankelijk adviesorgaan van het IGO. De raad van bestuur gaat van 16 naar 14 leden en voortaan maakt de directeur integraal deel uit van deze raad. Het wetenschappelijk comité wordt herleid van 21 naar 20 leden. De directie zal voortaan bestaan uit een directeur (een magistraat) en een adjunct, die van een verschillende taalrol zijn. De urenquota van de opleidingen bij de universiteiten worden herleid tot 50%.

2015
Bij koninklijk besluit van 27 oktober 2015, dat uitwerking heeft sedert 16 oktober 2015, wordt de heer Raf Van Ransbeeck, Raadsheer in het hof van beroep te Brussel, benoemd tot directeur van het IGO voor een termijn van zes jaar.

2016
In de loop van 2016 werd een nieuwe raad van bestuur aangesteld en het wetenschappelijk comité opnieuw samengesteld. Daarnaast werd bij koninklijk besluit van 3 oktober 2016 en met ingang van 12 oktober 2016 de heer Axel Kittel benoemd tot adjunct-directeur van het IGO voor een termijn van zes jaar.


2017
Aanpassing van de wet van 31 januari 2007 ten gevolge van de Potpourri V-wetgeving: hierdoor krijgt de IGO een bijkomende wettelijke taak als kennis- en documentatiecentrum. Eveneens de gerechtelijke stage ondergaat een gedaantewisseling: er komt een eenvormige stage van twee jaar. Daarnaast zijn de eerste lijnen uitgezet van het nieuwe beleidsplan ‘2017-2022’.